maandag 14 maart 2016

Literatuurlijst


1.Onbekend, Mariken van Nieumeghen, Antwerpen,Willem Vorsterman, 1500-1515 (68 blz.)
2. PC. Hooft, Warenar, Amsterdam, Cornelis Lodowijcksen vander Plassen, 1617 (96 blz.)
3. Rhijnvis Feith, Julia, ‘s Gravenhage, Martinus Nijhof
4. Hieronijmus van Alphen, Kleine Gedigten voor Kinderen, Athenaeum, 1778-1782 (171 blz.)
5. Louis Couperus, Van oude menen, de dingen die voorbijgaan, Amsterdam, L.J. Veen, 1906 (326 blz. )
6. W. Elsschot, Kaas,Amsterdam, Athenaeum, 2005 (120 blz.)
7. Harry Mulisch, De aanslag, Amsterdam, De bezige bij, 1982 ( 246 blz. )
8. Renate Dorrestein, Een hart van steen, Amsterdam/Antwerpen, Contact, 1998 ( 256 blz. )
9. Arthur Japin, Een schitterend gebrek, Amsterdam, De arbeiderspers, 2003 ( 239 blz. )

10. Stefan Brijs, De engelenmaker, Amsterdam, Atlas, 2005 (428 blz. )'

11. Wytske Versteeg - Quarantaine
12. Isabelle Allende, Ripper, Amsterdam, Wereldbibliotheek, 2015(400 blz. )
13. Godfried Bomans, Erik of het klein insectenboek, Utrecht, Het spectrum, 1941 ( 132 blz. )
14.  Frank Martinus Arion, Dubbelspel, Amsterdam, De bezige bij, 1973 ( 393 blz. )
15. Esther Gerritsen, Roxy, Breda, de Geus, 2014 ( 213 blz. )
16. Hella S. Haasse, Heren van de thee, Amsterdam, Querido, 1992 ( 302 blz. )





Ripper- Isabelle Allende

Ripper

samenvatting:
Een vrouw die moet kiezen en een moordenaar die al gekozen heeft...
Indiana Jackson is een eigenzinnige alleenstaande moeder in het hedendaagse hippe San Francisco. Ze koestert een grote liefde voor twee mannen: kunstliefhebber en bon-vivant Alan Keller, en ex-marinier Ryan Miller. Terwijl Indiana haar liefdesleven op orde probeert te brengen, is haar slimme dochter Amanda meer geïnteresseerd in de duistere kant van het leven. Onder haar leiding spelen enkele mensen op internet het Ripper-spel, waarin de deelnemers moorden uit de negentiende eeuw proberen op te lossen. Maar wat als een spel begon, wordt dodelijke ernst wanneer Amanda de aandacht van de rippergroep verlegt naar een aantal bizarre moorden in San Francisco. De moordenaar blijkt dichterbij te zijn dan de spelers kunnen vermoeden. Het leven van Indiana komt op het spel te staan...

themas:
- Relatie moeder dochter
- De dood 

- Noodlot

Quarantaine- Wytske Versteeg

Quarantaine

recensie 1:
Natuurlijk is de stijl waarin een tekst is geschreven van eminent belang, maar de vorm is wel degelijk ook een bepalende factor. Voor haar derde roman Quarantaine heeft Wytske Versteeg (1983) gekozen voor de interne monoloog. Dat past, ook gezien de titel, als een maatpak.
Nederland is afgegrendeld. Een uit Afrika overgewaaide ziekte heeft zo goed als de hele bevolking uitgeroeid. Er is geen stroom meer, het dagelijkse leven is totaal ontwricht. Om een of andere reden heeft Tomas Augustus, als plastische chirurg werkzaam geweest bij de privékliniek van zijn schoonvader, als enige, of in elk geval als een van de weinigen, overleefd. Wellicht omdat hij nu niet bepaald een sociaal type is. Zijn vader leidde een sloffend bestaan, totdat hij met een minnares naar Frankrijk vluchtte om een camping te beheren, zijn moeder was een harde werkvrouw.

Dagelijks werd de jongen met de neus op de standsverschillen in zijn geboorteplaats gedrukt. Het bakstenen rijtjeshuis waarin hij de eerste jaren van zijn leven doorbracht, keek uit op een statige, gepleisterde villa. Tomas is niet alleen door zijn jeugd gebrandmerkt. De ene helft van zijn gezicht is, doordat hij op zijn verjaarspartijtje een kan hete thee over zich heen kreeg, één groot litteken. Opmerking van zijn moeder: ‘Maar goed dat jij daar stond en niet een van de andere kinderen.’ Een op z’n zachtst gezegd wat ongelukkige opmerking. Tomas keert zich van haar af en gaat bij de buurman en zijn dochter in de villa aan de overkant wonen, daar waar zijn moeder, gehuld in bloemetjesjurken, fluitend schoonmaakt. Ze is namelijk min of meer heimelijk verliefd op haar werkgever.
Dat krijg je in retrospectief door Versteeg voorgeschoteld op een fijn sardonische wijze. Tomas heeft zich, bij gebrek aan afleiding door internet, kranten of tv – na een langere radiostilte is hij zelfs de tenenkrommende reclames gaan missen – op het schrijven van een verslag van de gebeurtenissen geworpen. De manier waarop de ziekte het land bereikte, waarop het met scepsis werd ontvangen – ver van ons rijke bed – en waarop het in eerste instantie allerlei goeroes deed opstaan. Tomas’ inhuizigheid, zijn teruggetrokken bestaan, heeft hem in de unieke situatie gebracht waarin hij nu verkeert. Of het een bevoorrechtte positie is, valt natuurlijk te betwijfelen.
Hij is van lieverlee getrouwd met de zwaarlijvige dochter van de villabezitter. Hij schetst haar in zijn ‘memoires’ als een goedzakkige zeekoe, die de vaak ongekend wrede uithalen van Tomas met de – en dat doet Versteeg heel bekwaam – mantel der irritante liefde bedekt. Hij is gemeen, maar ergens valt zijn wreedheid te begrijpen. Zijn vrouw heeft hij niet uit liefde getrouwd. Hij heeft dankzij zijn half mismaakte aangezicht, een metafoor haast voor de twee stadia bij zijn cliënten, voor en na de operatie, een trits aan troostende affaires met de vrouwen die hun (cosmetische) zorgen aan hem toevertrouwen. Maar hij wordt eigenlijk door geen enkel mens echt geraakt, laat niemand daadwerkelijk toe.
En dan, op de valreep in zijn leven, in de ‘normale tijd’ ook, die van net voor de grote uitbraak, wordt Tomas verliefd op veel jongere Maria, een zeer nuchtere studente van net aan twintig die het zich allemaal laat welgevallen, maar hem niet echt toelaat. Ineens krijgt Tomas een overweldigende behoefte om zich toch aan de wereld te hechten. Hij verlangt hartstochtelijk dat Maria zich aan hém hecht. Hij belooft haar nog mooier te maken dan ze al is. Hij zal haar met zijn gouden handen tot de ultieme perfectie boetseren.
Maar is hij eigenlijk wel wie hij zegt te zijn, heeft hij zich niet altijd verscholen in personages – zoals hij als kind al pogingen deed om te verdwijnen in het leven van vreemden? Het accent van de kaasboer, de bewegingen van een schilder of een huilend meisje? Tomas is altijd een kopiist gebleven, naarstig op zoek naar een vorm waarmee hij de holte in zijn borstkas kon vullen. Totdat hij Maria tegenkwam greep hij daar steeds naast. En is het nu te laat? Een quarantaine is niet anders dan een gevangenis, een eiland zonder boot. Tomas is voorgoed op zichzelf aangewezen, maar hij is dankzij Maria, de gedachte aan Maria alsnog een ander mens geworden. Pas haar verdwijning doet hem dat ten volste beseffen.
De stijl van Versteeg is gloedvol. Tomas is hard voor zijn omgeving, voor zijn jeugd, zijn ouders, op het sadistische af ten opzichte van wijlen zijn vrouw, maar tegelijkertijd spaart hij de gesel voor zichzelf ook niet. Tomas weet uiteindelijk wat hem scheelde. En dat is al meer dan menigeen aan het einde van het leven weet, beseft. Tomas verandert gedurende deze bitterzoete monoloog in niets meer, niets minder dan een mens. Een verdienste van de sterke compositie van Versteeg.
Recensie 2:Afgelopen zaterdag verscheen er een schitterende vier sterren-recensie voor Quarantainevan Wytske Versteeg in de Volkskrant. Recensent Persis Bekkering schrijft: “De kunde van Versteeg zit erin dat ze van een leeg vat toch een intrigerend personage weet te maken, dat ze een gebrek aan verbeelding kan tonen in een sprankelend proza. En dat ze een fabel kan schrijven zonder moralistisch te worden. Gek als het klinkt, uiteindelijk voel je bewogenheid voor het monster. En bewogenheid is juist wat we nodig hebben.”
Eerder verscheen er een lovende recensie in Trouw. “ Versteeg laat opnieuw haar eigenzinnigheid zien, ze kiest voor een weerzinwekkende ik-figuur, ” aldus recensent Jaap Goedegebuure. Daarnaast schreef Arjen Fortuin, die het boek vier ballen gaf, in NRC Handelsblad: “Wytske Versteeg bewijst met haar derde roman dat ze in compositie, subtiliteit, zeggingskracht en zeker in stijl een van de beste auteurs van haar generatie is. Misschien wel gewoon de beste.” Ook ontving het boek vier sterren in Dagblad de Limburger en een positief stuk in Opzij.
Over Quarantaine:
Plastisch chirurg Tomas Augustus zit gevangen in zijn huwelijk als hij tot zijn eigen verbazing verliefd wordt op de veel jongere Maria. Voor het eerst begint hij te twijfelen aan de leugen die hij leeft, maar net nu Tomas kans ziet op een nieuw begin wordt het land lamgelegd door een dodelijke en uiterst besmettelijke ziekte. Tomas is een van de weinige overlevenden. Verscholen in zijn huis vertelt hij het verhaal van een man die een leven lang niet werd geraakt, en toen plotseling wel.

Quarantaine is het beangstigende verhaal van een heel land op slot en van een cynicus die laat, misschien wel te laat, leert wat het betekent mens te zijn.
Wytske Versteeg (1983) is schrijver en politicoloog. Haar tweede roman Boy won de BNG Literatuurprijs 2014 en stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs. De vertaalrechten zijn verkocht aan Duitsland, Groot-Brittannië, Denemarken en Turkije. Haar debuutroman De wezenlozen stond op de longlist van de AKO Literatuurprijs en de Opzij Literatuurprijs, en won de Vrouw Debuutprijs. Haar non-fictieboek Dit is geen dakloze werd genomineerd voor de Jan Hanlo Essayprijs.
“Versteeg laat opnieuw haar eigenzinnigheid zien, ze kiest voor een weerzinwekkende ik-figuur.” Trouw
“Wytske Versteeg bewijst met haar derde roman dat ze in compositie, subtiliteit, zeggingskracht en zeker in stijl een van de beste auteurs van haar generatie is. Misschien wel gewoon de beste.” NRC Handelsblad

De Engelenmaker- Stefan Brijs

De Engelenmaker

Samenvatting
De engelenmaker gaat over Victor Hoppe, hij is terugverhuisd naar zijn geboorteplaats Wolfheim. Hij heeft drie zonen mee gebracht. Tot ieders verbazing zien de drie jongens (Gabriël, michaël en Rafaël) er exact hetzelfde uit. Victor neemt een kinderoppas (Charlotte) in huis omdat hij het druk heeft met zijn dokterspraktijk. Charlotte ontdekt het geheim van Victor, dat hij zijn zonen heeft gekloond. Er is enkel iets mis gegaan in het proces want de jongens worden veel te snel oud. De jongens overlijden al na 4 jaar. Aan het einde gaan alle bewoners op bedevaart en komen daar Victor tegen die zichzelf heeft gekruisigd

Recensie
In de Engelenmaker gaat het over het leven van Victor Hoppe. Victor is terugverhuisd naar zijn geboorteplaats Wolfheim. Hij heeft drie zonen mee gebracht. Tot ieders verbazing zien de drie jongens (Gabriël, michaël en Rafaël) er exact hetzelfde uit. Victor neemt een kinderoppas (Charlotte) in huis omdat hij het druk heeft met zijn dokterspraktijk. Charlotte ontdekt het geheim van Victor, dat hij zijn zonen heeft gekloond. Er is enkel iets mis gegaan in het proces want de jongens worden veel te snel oud.

Wat mij het meeste aansprak aan dit boek was dat je door de manier waarop Stefan Brijs dit boek geschreven heeft heel veel sympathie krijgt voor de hoofdpersoon, Victor Hoppe, die eigenlijk een beetje een gestoorde dokter is die je ook nog als gevaarlijk kan beschouwen, doordat hij zo ongelofelijk intelligent is. Ik kreeg vooral medelijden door de manier waarop de dorpsbewoners in het begin over hem praatten. Iedereen vond hem maar vreemd en een buitenbeentje omdat hij rood haar had en ook nog eens een hazenlip, waar hij over het algemeen niet veel aan kan doen. Niet alleen het begin, zoals ik net beschreef, maar ook vooral het deel waarin er een flashback is naar de jeugd van Victor, en hoe hij in een soort psychiatrische inrichting te recht kwam en iedereen hem uit maakte voor gestoord. Dit stukje is eigenlijk het deel wat me nog het beste bij blijft omdat ik het best wel heftig vond om te lezen hoe iemand behandeld wordt in zo;n kliniek en hoe zijn leven drastisch is veranderd doordat hij nog amper contact had met de buitenwereld.
Het tweede wat ik zo goed vond aan dit boek is dat het net enkel om de hoofdpersoon Victor Hoppe is geschreven, ook de kinderen en de ‘oppas’ worden uitvoerig behandeld waardoor je de situatie van verschillende invalshoeken te zien krijgt. Dit vond ik een erg goed idee van Stefan Brijs omdat je op die manier de bijfiguren beter begrijpt en je ook hun kant van het verhaal kan volgen. Ik vond vooral dat de oppas Charlotte een interessante rol speelde gedurende het hele boek, totdat ze overleed uiteraard. Het leek wel alsof zij was gecreëerd om het verhaal te sturen en te vertellen. Ik had het gevoel alsof zij eigenlijk ervoor zorgde dat ‘de lezer’ achter alle achtergehouden informatie kwam over de hoofdpersoon. Bijvoorbeeld het hoofdstuk waarin ze erachter komt dat de zonen van Victor Hoppe zijn gekloond en dat ze helemaal niet zo lang te leven hebben door een foutje van hun ‘vader’/ ‘schepper’. Dit hadden we misschien niet te weten gekomen als zij er niet was geweest.


Toen ik aan het boek begon las ik met de gedachte, dat het waarschijnlijk weer zo’n boek is uit de literatuurlijst die in nergens lijkt op de boeken die ik normaliter lees, dit zijn dan ook voornamelijk thrillers. Naarmate het boek vorderde begon ik het toch echt een goed boek te vinden tot mijn grote verbazing. Ik werd er echt helemaal in meegesleurd en het was behoorlijk moeilijk om te stoppen met lezen.


Als laatste wil ik ook nog iets zeggen over de manier van het verhaal vertellen, dat Stefan Brijs heeft toegepast. Het boek wordt steeds heen en weer geleid tussen het heden en het verleden, dit kan soms verwarrend zijn maar ik vond het juist wel een goede toevoeging. Vaak werd er iets vaags verteld over Victor en bleef je een tijdje met een vraag zitten zoals, waarom zou je zoiets doen? Of hoe komt het dat hij op deze manier denkt? Dan werd er een paar hoofdstukken later een flashback gegeven van de jeugd, zoals ik hiervoor vertelde. In deze flashback kwam er vaak, sommige vragen kreeg je echt pas aan het eind beantwoord, of helemaal niet, aan het licht waarom er zo werd gehandeld en wat zijn opvoeding hiermee te maken had. Het boek riep dus een heleboel vragen op tijdens het lezen, wat mij echt aanspreekt in een boek, en die werden vervolgens na een niet al te lange tijd ook beantwoord. Je hebt ook van die boeken die alle vragen tot het eind bewaren, daar ben ik persoonlijk wat ongeduldig  voor.


Om het even kort samen te vatten vond ik dit boek dus echt een aanrader om te lezen, ik heb dat dan ook echt met veel plezier gedaan. Het boek bevatte onder andere een hoofdpersoon waarvoor veel sympathie wordt opgewekt, zelfs bijfiguren, die normaal niet van belang zijn, werden zo gecreëerd dat ze onmisbaar zijn in het verhaal. Ook zorgde de schrijver ervoor dat je zo in het boek zat, en je vragen beantwoord wilde hebben, dat je moeilijk kan stoppen met lezen. Zelfs voor wetenschappelijk aangelegde mensen is dit een boek die je moet hebben gelezen, al is het alleen al voor de gedetailleerd beschreven onderzoeken en ziektes waarmee je te maken krijgt.

De Aanslag- Harry Mülisch

De Aanslag

Samenvatting
Op een koude avond vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog, in de 
hongerwinter van 1944-1945, overkomt de achtjarige Anton Steenwijk een 
ramp: twee verzetsstrijders schieten een collaborateur dood, vlakbij Antons huis. In de chaos die volgt, neemt de Duitse bezetter wraak: Antons huis gaat in vlammen op en zijn ouders en broer worden doodgeschoten. Anton groeit hierna op bij zijn oom en tante in Amsterdam en probeert letterlijk en figuurlijk afstand te nemen van de verschrikkelijke gebeurtenissen van toen. Die gebeurtenissen blijven hem echter achtervolgen: op verschillende momenten in zijn leven komt hij mensen tegen die op een of andere manier te maken hebben gehad met de aanslag uit zijn jeugd. Door hen blijft hij over die avond nadenken en komt hij er langzaam achter wat er nu precies gebeurd is. Wie kan hij de schuld geven van de dood van zijn broer en ouders?

Recensie

Eigenlijk ben ik er een beetje bang voor, om het onderwerp te noemen, dat Harry Mulisch in z'n nieuwe boek De Aanslag behandelt. Veel jongeren, en daaronder zijn ook Weerwoord-lezers, hebben van dat onderwerp de hersens en ook de buik meer dan vol. Onze ouders, grootouders, scholen en kranten hebben er ons eindeloos over doorgezaagd. Hun verhalen zijn als as over onze hoofden uitgestrooid, om in Mulisch beeldspraak te blijven. Waar ik het over heb? Over de oorlog natuurlijk. Om preciezer te zijn: over de Tweede Wereldoorlog. Zo ben je daar nog? Goed, verder dan - 't is namelijk een aardig boek. Niet een geweldig boek. Ik zal je nog vertellen waarom niet. Maar eerst iets over de inhoud. In De Aanslag wordt beschreven hoe de oorlog doorwerkt - nooit echt overgaat - in het denken van de mensen die deze vijf jaren bewust hebben meegemaakt.het grootste deel van het boek speelt dan ook ná de oorlog. Zelfs tot in 1981. Hoofdpersoon is Anton Steenwijk. In januari '45 heeft hij de leeftijd van wat nu een brugklassertje heet. In de straat waar hij woont, wordt door mensen uit het Verzet een N.S.B.-politieman doodgeschoten. De buren zijn bang voor wraakacties van de Duitsers en leggen het lijk voor Antons huis. Die wraak komt: Antons huis wordt platgebrand, z'n ouders en z'n oudere broer Peter worden ter vergelding eveneens doodgeschoten en Anton wordt opgevangen door een oom en tante in Amsterdam. Dan zitten we op pagina 73. de rest - zo'n 180 pagina's - is naspel, zegt Harry Mulisch en hij bedoelt dat niet alleen in het boek, maar ook in werkelijkheid. Het naspel zal voor de direkt-betrokkenen pas eindigen, wanneer de laatste die de oorlog heeft meegemaakt, overlijdt. Wat houdt dit naspel in? In de oorlog deden zich momenten voor, waarvan Mulisch schrijft: "Het maakte zich los van alles wat er aan voorafging en er op zou volgen, snoerde zich in en begon de reis door zijn (Antons) verdere leven, aan het eind waarvan het uit elkaar zal spatten als een zeepbel, waarna het zal zijn of het nooit gebeurd is." (pag. 32) De Ortskommandant (die op pag. 62 in gebrekkig Nederlands zegt: "De oorlog kann ja überhaupt niet lang meer duurn. Dann zal dat alles een boze droom zain" heeft ongelijk. Het is meer dan een droom. Veel dingen in het leven zullen voor Anton aanleiding zijn om die droom opnieuw te beleven. Het verleden heeft het heden overwoekerd: "Zijn familie was ontweken naar een domein, waar hij zelden aan dacht, maar waar op onverwachte momenten soms een flard van opdook: als hij op school uit het raam keer, of op het achterbalkon van de tram: een donker oord van kou en honger en schoten, bloed, vlammen, geschreeuw, kerkers, ergens diep in hemzelf en daar vrijwel hermetisch afgesloten." (pag. 80). Maar nooit hermetisch genoeg - zelfs in 1981, als Anton meeloopt in de grote vredesdemonstratie op 21 november en bij het Museumplein belandt, keert er iets terug: "Even, maar niet lang, dacht Anton aan de bunkers die hier ooit hadden gestaan, het Wehrmachtsheim en rondom de Duitse instanties in de villa's, waar nu de Amerikaanse ambassade was..." (pag. 231). Er zijn meer momenten in De Aanslag waarop dit Anton overkomt. De oorlogservaringen vertekenen en verkleuren alles: "Hij stond met zijn rug naar de toekomst en met zijn gezicht naar het verleden", lezen we op pagina 208. het is dan ook geen wonder dat voor Anton de tijd een vreemd effekt krijgt: "Die afstand van vijf maanden tussen januari 1945 en juni 1945 was voor Anton onvergelijkelijk veel langer dan de afstand tussen januari 1945 en de huidige dag: in die vervorming van de tijd school later zijn onmacht om zijn kinderen duidelijk te maken, wat de oorlog was geweest." (pag. 79). En dit is wat Mulisch - plaatsvervangend voor Anton - in dit boek mijns inziens heeft willen doen: wie de oorlog niet heeft meegemaakt, begint enigszins te begrijpen hoezeer die vijf, inmiddels verre jaren ook nu nog alles kunnen overkoepelen. Enigszins begrijpen, schrijf ik voorzichtig, want ik heb niet het gevoel dat Mulisch daar helemaal in is geslaagd. Daarover het volgende. Uit de periode 1945-1981 zijn de belangrijkste momenten van Antons leven gelicht. Momenten die hem steeds weer terugvoeren naar die ene avond en nacht in januari '45. want in de loop van zijn leven komt Anton steeds weer mensen tegen die op een bepaalde manier bij De Aanslag betrokken zijn geweest. Elk van die mensen lost een stukje van Antons puzzel op: de man de politieman doodschoot, de verschillende buren-van-toen, de zoon van de gedode politieman, etc. Deze kompositie van het boek levert voor mij een paar problemen op. Om te beginnen krijgt De Aanslag door deze jaren gedurende rekonstruktie iets kunstmatigs, iets geforceerds. Anton loopt werkelijk iedereen die voor verheldering kan zorgen tegen 't lijf. Dat is te toevallig om nog toeval te zijn. Je kunt er als lezer haast op zitten wachten. Omdat het boek ophoudt, wanneer Anton alle stukjes van de puzzel heeft, gaat van het boek te veel de suggestie uit dat alle problemen zouden zijn opgelost, als hij de feiten maar eenmaal kent. Dat zou een makkelijke therapie zijn! Natuurlijk is dat niet zo, dat weet Mulisch ook wel en hij probeert er aan te ontsnappen door Anton zo nu en dan emotioneel te laten reageren. Hoewel dit een psychisch proces veronderstelt, blijft het eigenlijke proces - wat beweegt Anton? - wat mistig in dit boek. De standpunten van ieder die hij ontmoet worden duidelijker dan die van hemzelf. Hier wreekt zich de tweede kunstmatigheid: Mulisch gebruikt Anton om de lezer te vertellen hoe erg het was en op welke manieren mensen ook nu nog met de gevolgen van de oorlog in hun hoofd rondlopen. Net als aan Anton, word de lezer alles uitgelegd: eigenlijk is de lezer Anton. En omdat Mulisch niet weet wie de lezer is, komt Anton niet echt tot leven. Nog sterker geldt dit voor Antons direkte verwanten. Z'n eerste en tweede vrouw; z'n kinderen uit beide huwelijken - je krijgt er als lezer geen idee van wat hen beweegt en wat zij van Anton vinden. De konfrontatie tussen heden en verleden blijft uit. Niet alleen de vage familiekring maakt dit duidelijk. De momenten waarop Anton iemand ontmoet die met De Aanslag te maken heeft gehad, zijn door Mulisch niet willekeurig gekozen. De Koreaanse Oorlog in 1952, de inval in Hongarije in 1956, de Vietnamese Oorlog in 1966 en de IKV-demonstratie op 21 november 1981 in Amsterdam zijn momenten die belangrijk zijn in de na-oorlogse geschiedenis van ons land. Hevige politieke en maatschappelijke diskussies waren er toen gaande - maar Anton is nauwelijks betrokken. Steeds komt er iemand uit het verleden naar voren die hem het zicht ontneemt op wat er nu gebeurt. Bovendien heeft Anton weinig politieke interesse: hij wordt door Mulisch afgeschilderd als een vage D'66-er. Ook hierdoor wordt de boodschap van Mulisch helder: wie met oorlogservaringen rondloopt,, zoals Anton, vindt maar moeilijk aansluiting in deze wereld. De geestelijke isolatie is duidelijk. Wat niet duidelijk is, zijn de gevolgen die dit voor het heden heeft. Behalve het verleden is er niets dat een beroep op Anton doet. Op zich is deze isolatie een boeiend thema, maar dat zelfs Antons familieleden geen poging doen hier doorheen te breken, doet afbreuk aan het boek. Mijns inziens heeft Mulisch hier een kans gemist om een werkelijk kompleet boek te schrijven: het zou zowel Anton als zijn familieleden tot leven hebben gewekt. Toch een aardig boek? Jazeker. De poging om nu eens niet een boek over de oorlog te schrijven, maar over de gevolgen die de oorlog ook nu nog voor mensen kan hebben, maakt het bijzonder.

Kleine Gedigten voor Kinderen- Hieronijmus van Alphen

Kleine Gedigten voor Kinderen


'Kleine gedichten voor kinderen’ van Hiëronymus van Alphen (1746-1803) uit 1778 is, zoals de titel zegt, een bundel met gedichten speciaal voor kinderen. De gedichten van Van Alphen worden wel gezien als het begin van de kinder- en jeugdliteratuur in Nederland. Het idee dat kinderen niet gewoon miniatuurvolwassenen zijn, maar jonge mensen die nog van alles moeten leren, is een echt Verlichtingsidee. 
Veel van de ideeën over kinderen en hun opvoeding komen van Jean Jacques Rousseau (1712-1778), een Franse filosoof. In zijn Émile, ou De l’éducation (Émile, of Over de opvoeding) uit 1762 zet Rousseau zijn ideeën over de opvoeding uiteen. Zowel Van Alphen als Rousseau gaan uit van het idee dat de mens van zichzelf goed is, maar door slechte invloeden verpest wordt. Door kinderen zo lang mogelijk kind te laten blijven en ze zoveel mogelijk kennis van het goede bij te brengen, help je ze zich te ontwikkelen tot goede mensen.Van Alphen schreef zijn kindergedichtjes in eerste instantie voor zijn eigen kinderen. Hij was jurist en zijn vrouw was al jong overleden, dus Van Alphen had een belangrijke rol in de opvoeding. Toen de gedichten gepubliceerd werden, bleken ze enorm populair te zijn: ze werden in verschillende talen uitgebracht. De gedichten waren voor kinderen zo aantrekkelijk, omdat het taalgebruik voor hen duidelijk was. Helemaal in de geest van de Verlichting worden er in de gedichten allerlei wijze lessen gegeven over hoe kinderen zich moeten gedragen.

Julia- Rhijnvis Feith

Julia


Schrijver
De meest gevoelvolle man van Nederland? Rhijnvis Feith is de literatuurgeschiedenis ingegaan als dé vertegenwoordiger van het sentimentalisme. Dit ook dankzij collega-dichters als Jacobus Bellamy en Johannes Kinker, die gruwden van het sentimentalisme van Feith en er de spot mee dreven in hun literaire tijdschriften. Maar de lezers verslonden romans als Julia (1783)en beschouwden Feith als de onbetwistbare meester van gevoelig proza en sensitieve poëzie. Toch was sentimentele literatuur slechts een korte fase in Feiths dichterschap.
Feith, jurist, vrijmetselaar, politicus en vader van negen kinderen, was bepaald een allesvreter. Hij was bijvoorbeeld zeer actief in literaire genootschappen. Daar was hij niet bezig met literaire experimenten maar met het promoten van vaderlandsliefde. Toen hij bij het Leidse dichtgenootschap in 1785 een gouden en zilveren medaille won met een prijsvraag over Michiel de Ruyter, nationale held bij uitstek, weigerde Feith zijn prijzen. Want om roem was het hem niet te doen geweest, het vaderland ging hem ter harte

Samenvatting
Julia en Eduard ontmoeten elkaar en ondervinden de zuiverste liefde die er is. De vader van Julia verbiedt haar echter met Eduard te trouwen. Om nu te voorkomen dat Julia en Eduard de ondeugd zullen bedrijven (oftewel niet met elkaar naar bed zullen gaan), besluiten ze dat het beter is als Eduard weg gaat. Wanneer ze dit doen, zullen ze namelijk na hun dood voor eeuwig samen kunnen zijn. Als ze in zonde zouden leven, zal dat niet gaan. Eduard vertrekt, beide geliefden voelen zich doodongelukkig, maar ze weten dat dit het enige is wat ze kunnen doen. Ze vertrouwen op de Voorzienigheid, op God. Eduard trekt alleen rond en de geliefden schrijven elkaar trouw. Op een gegeven moment bereikt hem een brief van Julia, waarin staat dat ze mogen trouwen. Eduard gaat vliegensvlug naar haar toe, maar ze blijkt net overleden te zijn. Hem rest niks meer dan op zijn eigen dood te wachten. Zelfmoord gaat niet, want dan zou God hem wel eens voor altijd van Julia kunnen scheiden. Op het eind van het verhaal sterft hij op Julia’s graf.