maandag 9 december 2013

Erik of het klein insectenboek- Godfried Bomans

Erik of het klein insectenboek


Informatie over de auteur:
Godfried jan Arnold Bomans is de schrijver van Erik of het klein insectenboek. Hij werd op 2 maart 1913 geboren in Den Haag. Naast schrijver was hij ook columnist en mediapersoonlijkheid.
Godfried Bomans was voor vele jaren de meest gelezen schrijver in Nederland. Hij heeft wel meer dan 60 boeken geschreven, waarvan de bekendste Erik of het klein insectenboek is.
In 1933 gaat Bomans rechten studeren in Amsterdam en wordt vervolgens redacteur van het Rooms-katholieke studentenblad De Dijk. Hierin schrijft hij veel gedichten, kritieken en korte verhalen. Ook in de verhalen die hij in het bad gebruikt komen de kenmerken van Charles Dickens terug. Bomans vond Amsterdam iets te kil naar zijn smaak en stopte daarom in 1939 met zijn studie en verhuist naar Nijmegen. In Nijmegen voelt hij zich meteen thuis en schrijft daar zijn meest succesvolle boek; Erik of het klein insectenboek.
Ik had toen ik klein was heel vaak de animatiefilm van het boek gezien dus ik kon me nog precies inbeelden hoe hij in elkaar zat.
In dit boek zit ook net als bij de meeste boeken, een moraal. Bomans had een goede motivatie om dit boek te schrijven en dat is namelijk dat hij de lezer erop wil wijzen hoe moeilijk wij nadenken over van alles en nog wat maar uiteindelijk toch beperkte antwoorden krijgen. Het was ook heel goed dat Bomans het verhaal vanuit een kindervisie schreef omdat je het dan kan vergelijken met je eigen kindertijd waarin je ook ( ik tenminste) wilde dat alle insecten en beesten konden praten zodat je ermee kon spelen. Als het vanuit een volwassene was geschreven waren er vast hele moeilijke gedachtes bij te pas gekomen en nu is alles simpel en meteen duidelijk. Als kind denk je niet al te veel na bij wat je doet, maar doe je het gewoon. Dat is denk ik wel het mooiste van het hele boek, dat er niet gedacht wordt, maar gedaan. Ik zou dit boek zeer zeker aanraden aan iedereen die er behoefte aan heeft omdat het een heel leuk boek is , ik heb er heel erg van genoten toen ik het las en eigenlijk ben ik heel blij dat we dit boek hebben gelezen i.p.v. een of andere moeilijk literatuur boek waar ik aan het einde misschien eindelijk iets van begin te begrijpen.
Ik weet al hoe we dit gaan oplossen. Hij klimt een paardenbloem op met het lieveheersbeestje achter zich aan. ‘Zo sprijd je vleugels maar eens’ Het beestje doet wat er van hem gevraagd wordt. ‘en nu?’ ‘nu, moet je alleen maar denken;  ik kan het, ik kan het, ik kan het!’ ‘oke!’ zegt het beestje en begint langzaam naar voren te lopen. ‘ik kan het, ik kan het, ik kan het!’ En hij springt van de bloem af. Erik schrikt als hij hem naar beneden ziet vallen, hij rent naar de rand van de bloem en schrikt zich een ongeluk als hij het lieveheersbeestje ineens voor hem ziet vliegen. ‘Ik kan het meneer Pinksterblom! Ik kan het echt! Dank u wel, als er ooit iets is waar ik u mee kan helpen zegt u het maar!’ en hij vliegt er vandoor. Erik voelt zich voldaan, weer iemand blij gemaakt vandaag, wat voelt dat toch goed!
Erik glijd van de steel van de paardenbloem af en loopt weer rustig richting het slakkenhuis.
Bronnen:

Godfried was een zoon van Johannes Bernardus Bomans (1885-1941) en Arnoldina Josephina Oswalda Reynart (1883-1955) en werd vernoemd naar zijn peetoom Godefridus (Frits) Keunen (1853-1914), die getrouwd was met een halfzuster van Bomans' moeder. In latere verhalen komt regelmatig een oom Frits voor. Godfrieds opa van vaders kant was de oud-directeur van het Haarlems Dagblad, Johannes Michiel Bomans.
In 1913 begon zijn vader een advocatenpraktijk in Haarlem waarheen de familie verhuisde; Godfried was nog maar een paar maanden oud. Hij heeft zich zijn leven lang Haarlemmer gevoeld. Zijn vader werd voor de Roomsch-Katholieke Staatspartij gekozen tot lid van de Tweede Kamer, wat hij tot 1929 bleef. Bomans sr. was ook, tot zijn onverwachte overlijden in 1941, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland en zelfs in 1940 enkele maanden commissaris van de koningin voor deze provincie, ook ten tijde van de Duitse inval. Vader Bomans, sinds 1933 woonachtig op Oud-Berkenroede in Heemstede, publiceerde onder andere een geruchtmakende serie historische romans, de Donald-cyclus, onder het pseudoniem J.B. van Rode.
Bomans was een grote fan van het werk van Charles Dickens. Bomans was een van de belangrijkste personen waardoor het werk van Dickens in Nederlands vertaald werd.

Lofrede door Kelsey Otte
Toen ik voor het eerst de titel las “Erik of het klein insectenboek”, vond ik het een hele vreemde titel, ik begreep maar niet waarom er ‘of’ stond en geen ‘en’. Toen ik wat verder was kwam ik erachter dat dat expres gedaan is omdat je “het klein insectenboek” als ondertitel kan gebruiken.
Het boek was geweldig beschreven, veel uitgebreider dan de film, over een jongetje die op een magische wijze in zijn favoriete schilderij ‘wollewei’ terecht komt. Erik is hier zo van onder de indruk dat hij het liefst alle insecten, die te zien zijn op het schilderij, wilt ontmoeten, en daar begint het verhaal. Het was helemaal geen moeite om het hele boekje uit te lezen omdat het heel makkelijk leest, het is op een leuke manier geschreven waardoor het al een stuk makkelijker wordt. Tijdens het lezen kun je je ook heel goed voorstellen hoe het eruit moet zien. Ook waren de insecten niet zoals je ze nu kent maar ik verbeelde me ze als hele kleine mensjes waarmee Erik kon praten.  Ook omdat we nu met geschiedenis moeten leren over het leenstelsel had ik me de wespen, hommels en bijen op die manier ingesteld, van wesp tot hommel (leenheer tot boer).

Keuzeopdracht C
Erik besluit zijn hotelkamer te verlaten en een wandeling te maken. Hij zegt de slak gedag en verlaat het slakkenhuis. Eenmaal buiten ziet hij een rij mieren die druk bezig zijn met eten verzamelen, het is toch fascinerend hoe druk die mieren daar mee bezig kunnen zijn, dacht erik. En terwijl hij druk in gedachte was struikelde hij over een lieveheersbeestje. Het spijt me, ik zag u niet zei Erik. ‘Het maakt niet uit, dat kan de beste overkomen’ sprak het lieveheersbeestje.’ Maar nu hier toch zo staat, kunt u mij misschien helpen meneer?’ Natuurlijk! Zei Erik, maar als ik vragen mag, waarmee?’ Nou, het klinkt misschien een beetje gek, maar ik weet niet meer zo goed hoe ik moet vliegen!’ Sprak het beestje. ‘Maar doet u dat niet al uw hele leven?’ vroeg Erik verbaast. ‘Jawel..’ sprak hij verlegen ‘maar, de laatste keer dat ik vloog ben ik in een keer naar beneden gevallen.. en nu ben ik bang dat dat nogmaals gebeurt snapt u?’ sprak het lieveheersbeestje. ‘en wat kan ik dan precies doen?’vroeg Erik. Het lieveheersbeestje begint heen en weer te lopen.. ‘hmm wat, dat is een hele goede vraag..’ ‘kunt u mij misschien laten zien hoe het moet?’ ‘Nee, sorry dat gaat helaas niet’ zegt Erik, ‘Ik kan helemaal niet vliegen want ik heb geen vleugels.’ ‘hmm..’ het lieveheersbeestje denkt eens diep na.’ ‘ik denk niet dat ik het kan..’ zegt hij dan. ‘Dat is het!’ Zegt Erik dan.


http://nl.wikipedia.org/wiki/Godfried_Bomans

donderdag 10 oktober 2013

Een hart van steen- Renate Dorrestein

Een hart van steen


Auteur: Renate Dorrestein
Titel: Een hart van steen
Jaar van uitgifte: uitgekomen in januari 2013
aantal pagina’s : 238
uitgeverij: contact

Informatie auteur:

Renate Dorrestein werd op 25 januari 1954 in Amsterdam geboren. Ze groeide op in een rooms-katholiek gezin. Haar vader was advocaat, haar moeder voor haar huwelijk onderwijzeres. Al op de lagere school begon ze met schrijven.

In 1972 behaalde Renate haar gymnasiumdiploma aan het Keizer Karel College in Amstelveen, waarna ze besloot niet te gaan studeren, maar te gaan werken. Ze werd verslaggeefster bij het weekblad Panorama en reisde daarvoor de hele wereld af. In 1977 verliet ze dit tijdschrift en werkte in de daaropvolgende jaren voor verschillende andere bladen, waaronder Opzij, Viva en De Tijd. In deze periode was de Tweede Feministische Golf in Nederland op z’n hoogtepunt. Met haar columns en artikelen beoogde Dorrestein de wereld wakker te schudden en te provoceren. Ook hielp zij in 1986 de Anna Bijns Stichting op te richten, die elke twee jaar een speciale prijs uitlooft voor ‘de vrouwelijke stem in de letteren’.
De zelfmoord van haar zusje in 1979 heeft op haar persoonlijkheid en haar schrijverschap een enorme invloed gehad, net als later de ziekte ME, die haar ruim tien jaar lang het leven moeilijk maakte.
Hoewel ze zich aanvankelijk vooral op journalistiek gebied liet gelden, wilde Renate Dorrestein het liefst romans schrijven. Nadat ze jaren tevergeefs had geprobeerd haar boeken gepubliceerd te krijgen, ontdekte een uitgeverij in 1983 eindelijk haar talent en verscheen haar debuutroman Buitenstaanders. Deze roman werd een succes en haar naam als schrijfster was gevestigd.

Recensie:
Ellen van Bemmel, een 37-jarige patholoog-anatoom, is zwanger en moet vanwege een dreigende miskraam lange tijd het bed houden. Dat is het 'nu', maar in haar jeugd heeft Ellen een verschrikkelijk drama meegemaakt, dat haar hele leven tot nu beheerst. Haar jeugd in een opvanghuis, haar studententijd, haar relaties, alles is overheerst door wat ze als kind van twaalf heeft meegemaakt en niet kan verklaren. Door haar studie begint ze te begrijpen wat de oorzaak ervan geweest is. Meer dan in sommige andere boeken van de schrijfster heb je als lezer begrip voor de romanpersonages. Het boek laat je niet los. Vrij kleine druk



Samenvatting:
Het boek gaat over een meisje dat Ellen heet, terwijl zij zwanger is verhuisd ze terug naar haar oude huis. Als ze daar is aangekomen krijgt ze bijna een miskraam en moet dus een paar maanden uitrusten. In die periode kan ze goed terugdenken aan vroeger. Ze probeert het familiedrama dat zich heeft afgespeeld in het huis waar ze weer in is gaan wonen te herinneren. Ze probeert haar hele jeugd weer te herinneren d.m.v. haar oude fotoboek, haar gedachtes en haar broer en zus ; Kester en Billie, die allebei dood zijn maar nog in haar hoofd verder leven. Na een hele tijd terugdenken kan ze zich het drama weer herinneren, waarbij haar moeder haar vader en broer en zus heeft vermoord en zelf zelfmoord heeft gepleegd. Dit allemaal doordat haar moeder dacht dat ze een handlanger was van god en dat die haar en haar familie wilde straffen voor wat er in de wereld gebeurde, alle ongelukken die er gebeurde met haar kinderen ( het verbranden van de huid tot de kleine onzekerheden) gebeurden,vermoedde ze dat het daar door kwam. Ze denkt dat de enige manier om er voor te zorgen dat haar kinderen een mooi en onsterfelijk leven zullen lijden is dat ze ze vermoord en daarbij zelf ook met ze mee gaat. Daardoor bedenkt ze een heel plan met pillen en plastic zakken om ze in een keer allemaal om te brengen. Na het herinneren van deze vreselijke gebeurtenis vraagt Ellen zich af waarom haar vader er niks tegen deed, toen ze ook daar achter is gekomen keerde de rust weer bij haar toe. Na de paar maanden rust die ze moest nemen mag ze weer alles doen wat ze wilt. Ze is dolgelukkig zwanger en leeft een vrolijk leven, ondanks dat ze steeds herinnert wordt aan die vreselijke gebeurtenis in haar leven.
      
Wat mij is opgevallen in het boek:
Wat mij is opgevallen in het boek is dat het best onduidelijk is soms wat er wanneer is gebeurd, tijdens het lezen gaat het soms ineens terug naar het verleden of juist naar het heden, het was dus totaal niet chronologisch verteld. Daardoor was het een tijdje heel ingewikkeld om te volgen wat er nou precies gebeurde. Na een tijdje begon ik het wel door te hebben en werd het lezen ook een stuk makkelijker. Ik merkte ook dat het nog best een heel lastig boek is, er worden veel moeilijke woorden in gebruikt waarvan ik soms de betekenis niet eens wist. Gelukkig was het niet zo dat je echt de betekenis van die woorden moest begrijpen om de tekst te snappen en het verhaal goed te volgen. Verder vond ik niet echt iets speciaals aan dit boek behalve dat het verhaal best vreemd was.. aangezien de moeder ineens haar kinderen dood wilt hebben. Voor de rest was het goed om te doen.

Een nieuw einde:
Ellen loopt tevreden terug naar boven, het is me gelukt denkt ze.. nu kan ik met een gerust hart mijn verleden een plekje geven. Maar dan herinnert ze zich iets was haar een raar gevoel in haar buik geeft. Carlos hoort nog steeds bij me, het laat me maar niet los. Het liefst had ze haar kleine broertje nu bij zich gehad zodat het huis wat minder groot was, het is best eenzaam zo. Hoe zal het zijn als Ida-Sophie straks is geboren? Zal Carlos dat allemaal moeten missen? Nee, denkt ze, ik ben volwassen en ik denk dat het hoog tijd is dat ik mijn kleine broertje ga opzoeken. Meteen doet ze haar jas aan en gaat naar het station. Het is niet ver lopen gelukkig want ze ziet het huis al als de trein stopt op het goede station. Daar gaat ie dan. Ze belt aan en mevrouw kamphuis doet open, ah, Ellen wat een verassing! Kom toch binnen. Ellen loopt naar binnen en gaat regelrecht op Carlos af. Carlos ik mis je, zullen we iets leuks gaan doen vandaag? Lijkt me leuk Ellen, zegt Carlos op zijn al wat zwaarder geworden jongensstem. Samen met Carlos en Bas heeft Ellen de dag van haar leven in de dierentuin, Carlos is helemaal blij om weer met zijn zus te zijn en bas verteld Ellen dat hij eigenlijk stapel verliefd op haar is.